Subsidieregeling praktijkleren mbo

De subsidieregeling praktijkleren heeft tot doel bedrijven te stimuleren tot het bieden van praktijkleerplaatsen. Bedrijven die een mbo-bbl student een praktijkleerplaats aanbieden, komen in aanmerking voor compensatie van de gemaakte begeleidingskosten. Alle werkgevers die aan de voorwaarden voldoen ontvangen subsidie.

Alleen de praktijkbegeleiding van deelnemers aan een erkend mbo beroepsbegeleidende leerweg (mbo-bbl) komt in aanmerking voor subsidie. Bij mbo-bbl werken deelnemers 3 of 4 dagen per week in een bedrijf (de beroepspraktijkvorming). De rest van de week volgen zij lessen op school. Deze opleidingen moeten zijn opgenomen in het Centraal register beroepsopleidingen (Crebo). Alleen opleidingen die zijn gericht op een volledig diploma komen in aanmerking. De begeleiding van deelnemers vindt plaats op basis van een geldige en ondertekende praktijkleerovereenkomst. Let op: Deelnemers die een derde-leerweg traject of een mbo-bol traject volgen komen niet in aanmerking voor deze subsidie.De subsidieregeling praktijkleren heeft tot doel bedrijven te stimuleren tot het bieden van praktijkleerplaatsen. Bedrijven die een mbo-bbl student een praktijkleerplaats aanbieden, komen in aanmerking voor compensatie van de gemaakte begeleidingskosten. Alle werkgevers die aan de voorwaarden voldoen ontvangen subsidie.

 

Erkend leerbedrijf

Het bedrijf waar de praktijkbegeleiding plaatsvindt, moet geregistreerd staan als erkend leerbedrijf. Op de website www.stagebedrijven.s-bb.nl kan een werkgever zich aanmelden om erkend leerbedrijf te worden.

Subsidie

De vergoeding is maximaal € 2.700,- per deelnemer / leerwerkplaats, per studiejaar.
De subsidieaanvraag wordt per studiejaar achteraf digitaal ingediend. Werkgever ontvangt subsidie naar verhouding van het aantal weken waarin begeleiding heeft plaatsgevonden.
In alle gevallen wordt de vergoeding uitgekeerd aan het bedrijf dat de begeleiding verzorgt.

Ziekte of verzuim

De regeling omschrijft een gerealiseerde praktijkleerplaats als het aantal weken dat tijdens de praktijkleerplaats daadwerkelijk onderricht in de praktijk van het beroep plaatsvindt. Dat betekent dat elke week waarin begeleiding is gegeven meetelt, ongeacht het aantal dagen waarop begeleiding plaatsvond. Een week waarin om welke reden dan ook geen begeleiding heeft plaatsgevonden, kan niet worden opgevoerd in de aanvraag. Dit uit zich in een naar verhouding kleinere vergoeding.

Administratie en controle

De bewijslast ligt bij de werkgever en de administratie moet aan de wettelijke verplichtingen

voldoen. Per deelnemer moet de werkgever de administratie kunnen tonen.

  • Een door alle partijen getekende (praktijkleer) overeenkomst, waaruit onder andere moet blijken hoe de begeleiding zal plaatsvinden en welk deel van de leerdoelen / kwaliteiten / kwalificaties in de beroepsvorming bij de werkgever moet worden behaald.
  • Een aanwezigheidsregistratie van de deelnemer bij de beroepspraktijkvorming. Dit kan bijvoorbeeld een uitdraai uit het digitaal tijdschrijfsysteem zijn, een presentielijst- of een geldig arbeidscontract samengaand met een verzuimregistratie, zolang de
    praktijkvormingsuren van de deelnemer ermee kunnen worden aangetoond.
  • Een administratie waaruit de begeleiding blijkt (de voortgang van de beroepsvorming) en waaruit de wijze blijkt waarop het deel van de leerdoelen / kwaliteiten / kwalificaties met betrekking tot de beroepsvorming is behaald. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van een (BPV-) werkboek van de deelnemer of tussentijdse gespreks-, beoordelings-, en

 

Het RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) controleert naleving van de regeling bij de bedrijven. Ook na verstrekking van de subsidie blijven er steekproefsgewijs controles plaatsvinden.