Loonkostenvoordelen treden op 1 januari 2018 in werking

Per 1 januari 2017 gaat de nieuwe Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) in. Deze wet bestaat uit 2 tegemoetkomingen voor werkgevers:

  • het lage-inkomensvoordeel (LIV);
  • het loonkostenvoordeel (LKV).

Het LIV gaat in op 1 januari 2017. Het LKV gaat in op 1 januari 2018. Beide tegemoetkomingen zijn erop gericht om werknemers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt aan werk te helpen.

Wat is het lage-inkomensvoordeel (LIV)

Het LIV is een jaarlijkse tegemoetkoming in de loonkosten voor werknemers met een laag inkomen. U heeft recht op het lage-inkomstenvoordeel voor elke werknemer die voldoet aan de volgende 4 voorwaarden. Uw werknemer:

  • is verzekerd voor de werknemersverzekeringen;
  • heeft een gemiddeld uurloon tussen € 9,66 en € 12,08;
  • heeft minimaal 1.248 verloonde uren per jaar;
  • heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

Wat is het loonkostenvoordeel (LKV)

Het loonkostenvoordeel is een tegemoetkoming voor werkgevers die oudere werknemers en werknemers met een beperking door ziekte of handicap in dienst nemen. Het LKV gaat vanaf 1 januari 2018 in. U hoeft hiervoor in 2017 nog niets te doen.

Het loonkostenvoordeel voor een oudere werknemer of voor een arbeidsgehandicapte werknemer bedraagt op jaarbasis maximaal € 6.000. Voor de doelgroep banenafspraak wordt het maximum € 2.000 per jaar. Deze bedragen worden omgerekend in een vast bedrag per verloond uur. Dat komt neer op de volgende bedragen:

  • loonkostenvoordeel oudere werknemer: € 3,05;
  • loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapte werknemer: € 3,05;
  • loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak: € 1,01.

Er bestaat geen recht op het loonkostenvoordeel wanneer na beëindiging van een dienstbetrekking binnen zes maanden een dienstbetrekking tussen dezelfde werkgever en werknemer tot stand komt. De bepalingen uit de Wtl, die betrekking hebben op de loonkostenvoordelen, treden op 1 januari 2018 in werking.

Bron: UWV | Belastingdienst